Nieuwe Zelfstandigenwet roept zorgen op over toegang tot opdrachten

Knab.nl • 14 oktober 2026

De voorgestelde Zelfstandigenwet zorgt voor verdeeldheid onder zzp’ers. Hoewel de wet meer duidelijkheid moet bieden over de beoordeling van zelfstandigheid, vrezen veel ondernemers dat zij hierdoor juist opdrachten mislopen. Uit een peiling van Knab onder 1.068 zzp’ers blijkt dat 53% tegen het wetsvoorstel zou stemmen. Slechts 19% is voorstander, terwijl 28% nog geen keuze heeft gemaakt.


Een belangrijk punt van zorg is de zogenoemde ‘veilige haven’. Deze route moet opdrachtgevers en zelfstandigen vooraf meer zekerheid geven over hun arbeidsrelatie. Zzp’ers vrezen echter dat opdrachtgevers straks alleen nog mensen inhuren die aan alle voorwaarden van deze route voldoen. Daardoor kunnen ondernemers opdrachten mislopen, ook wanneer zij volgens de bestaande regels zelfstandig mogen werken.



Eén ontbrekend criterium kan opdrachten kosten


Het wetsvoorstel ging op 1 oktober in internetconsultatie. De nieuwe route naar zekerheid vereist dat een zelfstandige voldoet aan alle zeven hoofdcriteria van de zelfstandigentoets en werkrelatietoets. Deze criteria hebben onder meer betrekking op het aantal opdrachtgevers, voorzieningen tegen ondernemersrisico’s en de vrijheid om het werk uit te voeren. Wie niet aan één van de criteria voldoet, kan geen gebruikmaken van de veilige haven. Beoordeling volgens de bestaande regels blijft wel mogelijk.


Volgens de toelichtingen bij de peiling zit juist daar het risico. Zzp’ers vrezen dat opdrachtgevers de nieuwe route als harde voorwaarde voor inhuur gaan gebruiken. Casper Zwart, onderzoeker bij Knab, wijst erop dat een zelfstandige daardoor mogelijk geen opdracht krijgt als één criterium ontbreekt, ook als diegene onder de huidige regels als zelfstandige kan werken. Uit de peiling blijkt bovendien dat slechts 25% verwacht dat opdrachtgevers door het voorstel makkelijker zzp’ers zullen inhuren. Bijna de helft, 48%, is het daarmee oneens.



Drie opdrachtgevers vormen belangrijk discussiepunt


Voor de veilige haven geldt als voorwaarde dat een zelfstandige in het voorgaande en lopende kalenderjaar samen minimaal drie volwaardige opdrachtgevers heeft. Wanneer meerdere eindklanten via één intermediair worden bediend en het contract met die intermediair is gesloten, tellen deze klanten als één opdrachtgever. Deze eis kan vooral gevolgen hebben voor zelfstandigen die langere tijd aan één specialistische opdracht werken.


Van de ondervraagde zzp’ers heeft 30% in 2025 en 2026 samen minder dan drie opdrachtgevers. Binnen de ICT-sector loopt dat aandeel op tot 69%. In de toelichtingen geven ondernemers aan dat opdrachten maanden of zelfs jaren kunnen duren, waardoor er weinig ruimte overblijft om andere klanten te bedienen. De eis van drie opdrachtgevers is dan ook het onderdeel waarop de meeste weerstand bestaat: 51% is ertegen.



Vooral ICT-zzp’ers zijn kritisch


De bezwaren verschillen per sector. Onder de ICT-zzp’ers zou 73% tegen het volledige wetsvoorstel stemmen. In zorg en welzijn ligt dat aandeel op 41%; binnen die sector weet daarnaast 40% nog niet hoe zij tegenover het voorstel staan.


Ook het aantal opdrachtgevers hangt samen met de houding tegenover de wet. Van de zzp’ers die in 2025 en 2026 samen minder dan drie opdrachtgevers hadden, zou 74% tegen het voorstel stemmen. Bij zelfstandigen met minimaal drie opdrachtgevers bedraagt dat aandeel 44%. De cijfers laten zien dat de voorwaarden voor de veilige haven vooral vragen oproepen bij ondernemers die voor een beperkt aantal opdrachtgevers werken.



Vrijheid bij uitvoering krijgt brede steun


Niet alle onderdelen van het voorstel stuiten op weerstand. Zo is 91% van de ondervraagde zzp’ers voor vrijheid bij de uitvoering van het werk. Ook een afzonderlijke rekening kan op veel steun rekenen: 89% is voor deze voorwaarde.


Over een minimumbedrag voor voorzieningen, bijvoorbeeld voor pensioenopbouw of een arbeidsongeschiktheidsverzekering, zijn de meningen meer verdeeld. Daar is 46% voorstander van en 43% tegenstander. De uitkomsten laten zien dat zelfstandigen verschillende onderdelen van de voorgestelde regelgeving afzonderlijk beoordelen en niet over alle voorwaarden hetzelfde denken.



Vier op de tien melden problemen met opdrachten


De onzekerheid over de regels voor zzp-inhuur heeft volgens de peiling al gevolgen voor een deel van de ondernemers. Veertig procent geeft aan dat een opdrachtgever in 2026 heeft laten weten dat een opdracht niet doorging of werd stopgezet vanwege onzekerheid over het inhuren van zelfstandigen.


Ook onderzoek van Ipsos I&O in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wijst op terughoudendheid bij opdrachtgevers. Uit dat onderzoek blijkt dat 41% van de opdrachtgevers verwacht zelfstandigen niet meer in te zetten wanneer zij niet aan de nieuwe criteria voldoen.



Uitwerking van de wet blijft belangrijk


De peiling maakt duidelijk dat zzp’ers vooral zekerheid willen over de gevolgen van de nieuwe regels voor hun toegang tot opdrachten. De veilige haven moet vooraf duidelijkheid bieden over de arbeidsrelatie, maar de voorwaarden kunnen volgens ondernemers ook een drempel vormen wanneer opdrachtgevers uitsluitend van deze route gebruik willen maken.


Bij de verdere uitwerking van de Zelfstandigenwet speelt daarom niet alleen de vraag hoe zelfstandigheid wordt beoordeeld, maar ook hoe de nieuwe criteria in de praktijk worden toegepast. De manier waarop opdrachtgevers met de veilige haven omgaan, kan bepalend zijn voor de gevolgen van de wet voor verschillende groepen zelfstandigen.

door Degelijkedeuren.nl • 14 oktober 2026
Steeds meer Nederlanders kiezen ervoor om klussen in huis zelf uit te voeren in plaats van een vakman in te schakelen. Ruim driekwart vindt vakmensen inmiddels te duur en een op de vier stelt werkzaamheden uit omdat er geen vakman beschikbaar is. Tegelijkertijd maken digitale hulpmiddelen het makkelijker om zelf aan
door cgi.com • 14 oktober 2026
De cyberincidenten bij Carrefour en Albert Heijn laten zien hoe groot de gevolgen van digitale verstoringen voor distributieketens kunnen zijn. Supermarkten en hun leveranciers hebben hun processen de afgelopen jaren steeds efficiënter ingericht. Daarbij zijn ze in toenemende mate afhankelijk geworden van goed
door Vlaanderen.be • 2 oktober 2026
De Vlaamse Regering wijzigt verschillende milieubesluiten naar aanleiding van nieuwe Europese regelgeving over industriële emissies, afvalstoffen en milieugegevens. De wijzigingen zijn voorgesteld door Vlaams minister Jo Brouns en zijn definitief vastgesteld na advies van de Raad van State.
door Ing.nl • 2 oktober 2026
De problemen bij verschillende prefab- en modulebouwers zorgen opnieuw voor discussie over de toekomst van industriële woningbouw. Toch betekent het wegvallen of in zwaar weer komen van enkele woningfabrieken niet automatisch dat het concept van fabrieksmatig bouwen niet werkt. Nu Nederland nog altijd met een
door Technischnieuws.nl • 1 oktober 2026
Vanaf 1 januari 2027 verandert er veel voor huishoudens met zonnepanelen. De salderingsregeling stopt dan volledig. Tot en met 2026 kunnen huishoudens de elektriciteit die zij terugleveren aan het net nog wegstrepen tegen de stroom die zij op andere momenten gebruiken. Vanaf 2027 is dat niet meer mogelijk. Voor teruggeleverde stroom krijgen huishoudens wel een vergoeding van hun energieleverancier. Door het verdwijnen van de salderingsregeling wordt de vraag steeds belangrijker of zonnepanelen financieel nog interessant zijn. De aanschafkosten van zonnepanelen zijn de afgelopen jaren gedaald, maar ook de financiële opbrengst van teruggeleverde stroom verandert. Vooral het moment waarop de opgewekte stroom wordt gebruikt, krijgt daardoor meer invloed op het rendement van een zonnepaneelinstallatie. Wat verandert er vanaf 2027? Vanaf 1 januari 2027 mag opgewekte zonnestroom niet meer worden weggestreept tegen het eigen elektriciteitsverbruik. Een huishouden dat overdag veel elektriciteit teruglevert en 's avonds stroom van het net gebruikt, kan die hoeveelheden dus niet meer tegen elkaar wegstrepen. Voor alle elektriciteit die wordt teruggeleverd, ontvangt de eigenaar wel een vergoeding van de energieleverancier. Tot 2030 moet die terugleververgoeding minimaal 50 procent van het kale leveringstarief bedragen. Het gaat hierbij om het tarief zonder belastingen. Energieleveranciers kunnen daarnaast terugleverkosten in rekening brengen. De hoogte daarvan verschilt per leverancier en contract. Waarom worden zonnepanelen minder snel terugverdiend? Het belangrijkste financiële voordeel van zonnepanelen ontstaat wanneer de opgewekte stroom direct in de woning wordt gebruikt. Die elektriciteit hoeft dan niet van het elektriciteitsnet te worden gekocht. Bij het terugleveren aan het net is de vergoeding vanaf 2027 aanzienlijk lager dan de prijs die een huishouden betaalt voor elektriciteit die het van het net afneemt. Volgens Milieu Centraal gebruiken huishoudens gemiddeld ongeveer 30 procent van hun opgewekte zonnestroom direct zelf. De rest wordt teruggeleverd. Wanneer de salderingsregeling verdwijnt, wordt het daarom financieel interessanter om het eigen verbruik te verhogen. Denk bijvoorbeeld aan het overdag laten draaien van een wasmachine of vaatwasser wanneer de zonnepanelen elektriciteit produceren. Zijn zonnepanelen in 2027 nog rendabel? Zonnepanelen kunnen ook na het verdwijnen van de salderingsregeling financieel voordeel opleveren. De installatie produceert jarenlang elektriciteit die anders van het net zou moeten worden gekocht. Daarnaast zijn zonnepanelen de afgelopen jaren goedkoper geworden. Milieu Centraal rekent met een levensduur van ongeveer 25 jaar en stelt dat zonnepanelen ook zonder salderen binnen die levensduur kunnen worden terugverdiend. De terugverdientijd wordt wel langer dan in de periode waarin volledig kon worden gesaldeerd. De Consumentenbond berekende bijvoorbeeld voor een specifieke installatie van tien zonnepanelen een terugverdientijd van ongeveer 9,3 jaar onder de omstandigheden van het voorbeeld. Na het stoppen van salderen kwam dezelfde berekening uit op ongeveer 16,8 jaar. Dit is geen vaste terugverdientijd voor iedere woning, maar laat wel zien hoe groot het effect van de regeling kan zijn. Hoeveel leveren zonnepanelen vanaf 2027 op? De opbrengst hangt af van het aantal panelen, het vermogen per paneel, de ligging van het dak en de hoeveelheid elektriciteit die een huishouden zelf gebruikt. Milieu Centraal geeft als voorbeeld dat een installatie met tien zonnepanelen van 435 Wp ongeveer 3.800 kWh per jaar kan opwekken. Voor een installatie met tien panelen worden aanschafkosten van ongeveer €3.800 genoemd. Vanaf 2027 bestaat de financiële opbrengst uit twee onderdelen. Een deel van de opgewekte stroom wordt direct in huis gebruikt, waardoor geen elektriciteit hoeft te worden ingekocht. Het andere deel wordt teruggeleverd aan het net en levert een terugleververgoeding op. Terugleverkosten kunnen dat voordeel vervolgens weer gedeeltelijk verminderen. Zelf zonnestroom gebruiken wordt belangrijker Door het verdwijnen van de salderingsregeling wordt het steeds belangrijker om elektriciteit te gebruiken op het moment dat de zonnepanelen produceren. Wie overdag thuis veel elektriciteit gebruikt, kan daardoor een groter deel van de opgewekte energie direct benutten. Dit verlaagt de hoeveelheid stroom die aan het net wordt teruggeleverd. Huishoudens kunnen hun verbruik daarom aanpassen aan de momenten waarop de zonnepanelen veel elektriciteit produceren. Een wasmachine, vaatwasser of elektrische auto kan bijvoorbeeld overdag worden gebruikt of opgeladen. Ook slimme apparaten kunnen helpen om het energieverbruik beter af te stemmen op de productie van de zonnepanelen. Wat zijn terugleverkosten? Terugleverkosten zijn kosten die energieleveranciers in rekening kunnen brengen voor elektriciteit die een huishouden met zonnepanelen teruglevert aan het net. De manier waarop deze kosten worden berekend verschilt per leverancier. Sommige leveranciers werken bijvoorbeeld met een bedrag per teruggeleverde kWh, terwijl andere werken met vaste bedragen of verschillende terugleverschalen. Vanaf 2027 wordt het belangrijker om bij het kiezen van een energiecontract naar het volledige plaatje te kijken. Niet alleen de terugleververgoeding is van belang, maar ook de terugleverkosten en het normale leveringstarief. Een hogere vergoeding voor teruggeleverde stroom betekent namelijk niet automatisch dat een contract financieel voordeliger is. Heeft een thuisbatterij dan meer zin? Een thuisbatterij kan een deel van de opgewekte zonnestroom opslaan voor gebruik op een later moment. Daarmee kan een huishouden proberen het eigen verbruik te verhogen. Dit kan vanaf 2027 interessanter worden omdat direct zelf gebruiken financieel aantrekkelijker is dan terugleveren. Een thuisbatterij is echter niet automatisch een rendabele oplossing. De aanschafprijs is relatief hoog en ook een batterij heeft verliezen en een beperkte levensduur. Of een batterij financieel interessant is, hangt daarom af van het energieverbruik, de zonnepanelen, de batterijcapaciteit en het energiecontract. Hoe lang gaan zonnepanelen mee? Een belangrijke factor bij het rendement is de levensduur van de installatie. Zonnepanelen kunnen ongeveer 25 jaar meegaan. Daardoor hoeft de investering niet binnen een paar jaar te zijn terugverdiend om gedurende de volledige levensduur financieel voordeel op te leveren. Wel kan er gedurende die periode onderhoud of vervanging nodig zijn. Een omvormer heeft bijvoorbeeld doorgaans een kortere levensduur dan zonnepanelen zelf. Bij het berekenen van het rendement moet daarom niet alleen naar de aanschafprijs van de panelen worden gekeken, maar ook naar mogelijke kosten gedurende de levensduur van de installatie. Is het in 2027 nog verstandig om zonnepanelen te kopen? Het verdwijnen van de salderingsregeling verandert de financiële berekening, maar maakt zonnepanelen niet automatisch onrendabel. De lagere aanschafprijzen van zonnepanelen en het voordeel van zelf opgewekte elektriciteit blijven belangrijke factoren. Hoe hoger het aandeel zonnestroom dat direct in de woning wordt gebruikt, hoe groter het financiële voordeel per opgewekte kWh. Voor een nieuwe installatie is het daarom vooral belangrijk om niet alleen naar de jaarlijkse productie te kijken. Ook het eigen elektriciteitsverbruik, de ligging van het dak, het energiecontract en de hoeveelheid stroom die direct kan worden gebruikt spelen een rol. Een installatie die goed aansluit bij het verbruik van een woning kan daardoor een andere terugverdientijd hebben dan een vergelijkbare installatie bij een ander huishouden. Wat betekent dit voor bestaande zonnepanelen? Voor huishoudens die al zonnepanelen hebben, verandert de manier waarop de investering financieel voordeel oplevert vanaf 2027. De panelen blijven gewoon elektriciteit produceren, maar teruggeleverde stroom kan niet meer worden gesaldeerd. Het verhogen van het eigen verbruik wordt daardoor belangrijker. Bestaande zonnepaneeleigenaren kunnen daarom kijken naar hun energieverbruik gedurende de dag. Door apparaten zoveel mogelijk te gebruiken wanneer de zonnepanelen produceren, kan meer opgewekte elektriciteit direct worden benut. Daarmee wordt het financiële effect van het einde van de salderingsregeling gedeeltelijk opgevangen. Conclusie Zonnepanelen blijven in 2027 financieel interessant, maar de terugverdientijd wordt over het algemeen langer doordat de salderingsregeling stopt. De eigenaar krijgt nog wel een vergoeding voor teruggeleverde stroom, maar die ligt aanzienlijk lager dan het volledige tarief dat voor afgenomen elektriciteit wordt betaald. Daarnaast kunnen energieleveranciers terugleverkosten rekenen.  Het eigen verbruik wordt daardoor de belangrijkste factor. Wie meer van de opgewekte elektriciteit direct gebruikt, haalt meer financieel voordeel uit de zonnepanelen. Zonnepanelen hebben bovendien een levensduur van ongeveer 25 jaar, waardoor ook na 2027 nog jarenlang voordeel uit de installatie kan worden gehaald. De precieze terugverdientijd blijft afhankelijk van de aanschafprijs, het energieverbruik, de energieprijzen en de hoeveelheid zonnestroom die wordt teruggeleverd.
door Technischnieuws.nl • 1 oktober 2026
Een thuisbatterij wordt meestal gekoppeld aan zonnepanelen. De batterij slaat dan overtollige zonnestroom op, zodat die op een later moment in huis kan worden gebruikt. Maar zonnepanelen zijn niet noodzakelijk om een thuisbatterij te gebruiken. Sommige systemen kunnen rechtstreeks op het elektriciteitsnet worden
door Technischnieuws.nl • 1 oktober 2026
Een thuisbatterij wordt steeds vaker genoemd als manier om meer zelf opgewekte zonne-energie te gebruiken. Vooral voor huishoudens met zonnepanelen kan een batterij interessant zijn. Overdag leveren zonnepanelen vaak meer elektriciteit dan op dat moment wordt gebruikt. Een thuisbatterij kan die stroom tijdelijk opslaan
door Overstappen.nl • 1 oktober 2026
De meeste Nederlanders veranderen niet snel van internetprovider. Uit onderzoek van vergelijkingssite Overstappen.nl blijkt dat 77% van de Nederlanders de afgelopen drie jaar niet is overgestapt. Vooral 55-plussers blijven vaak bij dezelfde aanbieder: 84% van hen veranderde in die periode niet van provider.
door internetconsultatie.nl • 1 oktober 2026
Het college van Rotterdam heeft de Begroting 2027 gepresenteerd. Het is de eerste begroting van de huidige bestuursperiode en moet de plannen uit het coalitieakkoord ‘Vaart maken’ vertalen naar concrete maatregelen. De gemeente richt zich daarbij op drie grote thema’s: voldoende woningen, een sterke en groene economie
door Rotterdam.nl • 30 september 2026
Het college van Rotterdam heeft de Begroting 2027 gepresenteerd. Het is de eerste begroting van deze bestuursperiode en vormt een eerste vertaling van het coalitieakkoord ‘Vaart maken’ naar concrete plannen. De gemeente richt zich daarbij op drie grote doelen: voldoende woningen, een sterke en groene economie en een
Meer posts

Ontvang gratis het laatste nieuws

Altijd up-to-date blijven van het laatste nieuws? Schrijf je dan in voor onze gratis nieuwsbrief met het laatste nieuws!