Wat kost een thuisbatterij in 2026 en wanneer verdien je hem terug?

Technischnieuws.nl • 1 oktober 2026

Een thuisbatterij wordt steeds vaker genoemd als manier om meer zelf opgewekte zonne-energie te gebruiken. Vooral voor huishoudens met zonnepanelen kan een batterij interessant zijn. Overdag leveren zonnepanelen vaak meer elektriciteit dan op dat moment wordt gebruikt. Een thuisbatterij kan die stroom tijdelijk opslaan, zodat deze later op de dag gebruikt kan worden.


De interesse in thuisbatterijen neemt daarnaast toe door de veranderingen rond de salderingsregeling. Vanaf 1 januari 2027 kunnen huishoudens opgewekte stroom niet meer wegstrepen tegen het eigen elektriciteitsverbruik. Zelf opgewekte stroom direct gebruiken wordt daardoor belangrijker. Maar wat kost een thuisbatterij in 2026 en is de investering daadwerkelijk terug te verdienen?



Wat kost een thuisbatterij in 2026?


De prijs van een thuisbatterij hangt af van de opslagcapaciteit, het type systeem, de omvormer en de installatie. Volgens Milieu Centraal zijn thuisbatterijen verkrijgbaar vanaf ongeveer 2 kWh tot systemen van rond de 20 kWh. Een gemiddelde thuisbatterij heeft ongeveer 6 kWh opslagcapaciteit. De kosten van zo'n systeem bedragen inclusief omvormer en installatie een paar duizend euro.


Voor een exacte prijs is daarom niet alleen de capaciteit van de batterij belangrijk. Ook de situatie in de woning speelt een rol. Een systeem dat op een bestaande zonnepaneleninstallatie moet worden aangesloten kan andere kosten met zich meebrengen dan een batterij die direct bij een nieuwe installatie wordt geplaatst. Daarnaast verschillen prijzen per fabrikant en installateur.



Hoe werkt een thuisbatterij?


Een thuisbatterij slaat elektriciteit op die op een bepaald moment niet direct in de woning wordt gebruikt. Wanneer zonnepanelen bijvoorbeeld overdag veel stroom produceren terwijl er weinig mensen thuis zijn, kan het overschot naar de batterij worden gestuurd. De opgeslagen energie kan vervolgens later worden gebruikt, bijvoorbeeld in de avond wanneer de zonnepanelen geen elektriciteit meer produceren.


Zonder batterij wordt een groot deel van de opgewekte zonnestroom teruggeleverd aan het elektriciteitsnet. Milieu Centraal stelt dat huishoudens gemiddeld ongeveer 30 procent van de stroom die hun zonnepanelen opwekken direct zelf gebruiken. Een batterij kan het eigen gebruik verhogen door een deel van de opgewekte energie op een later moment beschikbaar te maken.



Waarom wordt een thuisbatterij vanaf 2027 interessanter?


Tot en met 31 december 2026 kunnen huishoudens gebruikmaken van de salderingsregeling. Daarmee kunnen zij opgewekte elektriciteit die aan het net wordt teruggeleverd wegstrepen tegen elektriciteit die op een ander moment wordt afgenomen. Vanaf 1 januari 2027 stopt deze regeling volledig. Teruggeleverde stroom mag dan niet meer worden gesaldeerd.


Na het verdwijnen van de regeling wordt het daardoor interessanter om opgewekte elektriciteit zelf te gebruiken. Wie overdag zonnepanelen heeft draaien, kan bijvoorbeeld de wasmachine of laadpaal gebruiken wanneer er veel zonnestroom beschikbaar is. Een thuisbatterij kan daarnaast een deel van het overschot opslaan voor later gebruik. Dat betekent echter niet automatisch dat een batterij vanaf 2027 financieel aantrekkelijk is voor ieder huishouden.



Hoeveel stroom kan een thuisbatterij opslaan?


De opslagcapaciteit van een batterij wordt uitgedrukt in kilowattuur, oftewel kWh. Een batterij van 6 kWh kan in theorie 6 kWh elektriciteit opslaan. Dat betekent niet dat een grotere batterij altijd de beste keuze is. Als een huishouden weinig stroom gebruikt of relatief weinig zonnestroom over heeft, kan een groot deel van de capaciteit onbenut blijven.


Ook in de winter is het lastiger om een thuisbatterij volledig te benutten. De zonnepanelen produceren dan minder energie, waardoor er minder elektriciteit beschikbaar is om de batterij op te laden. In de zomer kan juist het tegenovergestelde gebeuren: zonnepanelen kunnen meer stroom produceren dan een gemiddelde batterij kan opslaan. De juiste capaciteit hangt daarom sterk af van het verbruik en de hoeveelheid zonnepanelen.



Wanneer verdien je een thuisbatterij terug?


De terugverdientijd van een thuisbatterij is niet voor iedere woning hetzelfde. De aanschafprijs moet worden afgezet tegen de besparing die ontstaat doordat meer zelf opgewekte elektriciteit wordt gebruikt. Daarbij spelen onder andere het energieverbruik, de hoeveelheid zonnepanelen, de batterijcapaciteit en de energieprijzen een rol.


Volgens Milieu Centraal is het op dit moment niet waarschijnlijk dat een thuisbatterij zichzelf puur met de besparing op de energierekening terugverdient. De organisatie benadrukt dat de investering relatief hoog is en dat de financiële voordelen afhankelijk zijn van verschillende factoren. Ook grotere batterijen waarmee op energiemarkten wordt gehandeld bieden volgens Milieu Centraal geen zekerheid op een snelle terugverdientijd.



Wat bepaalt de terugverdientijd?


Een belangrijke factor is hoeveel zonnestroom een huishouden zelf gebruikt. Wanneer een woning overdag weinig elektriciteit verbruikt, wordt relatief veel zonnestroom teruggeleverd. Een batterij kan een deel van die energie bewaren voor later. Hierdoor kan de hoeveelheid stroom die direct of via de batterij zelf wordt gebruikt toenemen.


Ook de elektriciteitsprijs en de vergoeding voor teruggeleverde stroom hebben invloed op de berekening. Vanaf 2027 blijft terugleveren mogelijk, maar de salderingsregeling verdwijnt. Voor teruggeleverde elektriciteit ontvangen huishoudens dan nog wel een vergoeding van hun energieleverancier. Tot 2030 moet die vergoeding minimaal 50 procent van het kale leveringstarief bedragen. Energieleveranciers kunnen daarnaast terugleverkosten rekenen.



Is een grotere batterij financieel aantrekkelijker?


Een grotere batterij kan meer elektriciteit opslaan, maar dat betekent niet automatisch dat de investering sneller wordt terugverdiend. De batterij moet namelijk regelmatig worden geladen en ontladen om de beschikbare capaciteit goed te benutten. Een batterij die veel groter is dan het dagelijkse energieverbruik kan daardoor een groot deel van de tijd maar gedeeltelijk worden gebruikt.


Een kleinere batterij kan in sommige situaties juist beter aansluiten bij het verbruik van een woning. Het gaat daarom niet alleen om zoveel mogelijk opslagcapaciteit, maar om een goede verhouding tussen zonnepanelen, energieverbruik en batterijcapaciteit. Installateurs kunnen op basis van het energieprofiel berekenen welk formaat het beste bij een woning past.



Is er subsidie voor een thuisbatterij?


In 2026 is er geen algemene landelijke subsidie voor de aanschaf van een thuisbatterij. De volledige investering moet daardoor in de meeste gevallen door de eigenaar zelf worden betaald. Hierdoor speelt de aanschafprijs een belangrijke rol bij de vraag of een batterij financieel interessant is.


Het ontbreken van een landelijke subsidie betekent ook dat de terugverdientijd vooral afhankelijk is van het gebruik van de batterij en de ontwikkeling van de energieprijzen. Lokale regelingen kunnen eventueel verschillen, waardoor het voor consumenten verstandig kan zijn om ook te controleren of de eigen gemeente of provincie een specifieke regeling aanbiedt.



Kan een thuisbatterij ook geld opleveren met dynamische energieprijzen?


Een thuisbatterij kan naast het opslaan van zonnestroom worden gebruikt om elektriciteit op verschillende momenten in te kopen en te gebruiken. Bij een dynamisch energiecontract verandert de stroomprijs gedurende de dag. Een slim batterijsysteem kan daardoor proberen elektriciteit op goedkope momenten op te slaan en op duurdere momenten te gebruiken.


Daarbij moet wel rekening worden gehouden met de kosten en verliezen van het systeem. Ook veranderen energieprijzen voortdurend, waardoor toekomstige opbrengsten niet eenvoudig vooraf kunnen worden vastgesteld. Milieu Centraal waarschuwt daarom dat het financiële rendement van handelen met een thuisbatterij moeilijk te voorspellen is.



Waar moet je op letten bij de aanschaf?


Bij het vergelijken van thuisbatterijen is de opslagcapaciteit slechts één onderdeel. Ook het laad- en ontlaadvermogen, de omvormer, het rendement, de garantie en de installatie zijn belangrijk. Daarnaast kan de manier waarop de batterij wordt aangestuurd invloed hebben op hoeveel van de beschikbare capaciteit daadwerkelijk wordt gebruikt.


Ook de plaats van installatie verdient aandacht. Een thuisbatterij moet op een geschikte plek worden geplaatst en de installatie moet voldoen aan de geldende veiligheidsvoorwaarden. Wie een batterij laat plaatsen, doet er daarom goed aan niet alleen naar de laagste aanschafprijs te kijken, maar ook naar de kwaliteit van het systeem en de installatie.



Verdient een thuisbatterij zich in 2026 terug?


Een thuisbatterij kan helpen om meer zelf opgewekte zonne-energie te gebruiken. Dat wordt vanaf 2027 relevanter, omdat de salderingsregeling dan stopt. Toch betekent het einde van de salderingsregeling niet automatisch dat iedere thuisbatterij zichzelf snel terugverdient. De investering blijft relatief groot en het financiële voordeel verschilt per huishouden.


Voor consumenten is het daarom belangrijk om de situatie van de eigen woning als uitgangspunt te nemen. De hoeveelheid zonnepanelen, het elektriciteitsverbruik, het moment waarop stroom wordt gebruikt en het energiecontract hebben allemaal invloed op de uiteindelijke besparing. Een berekening op basis van het eigen energieverbruik geeft daardoor een realistischer beeld dan een algemene terugverdientijd.



Conclusie


Een thuisbatterij kost in 2026 al snel enkele duizenden euro's, waarbij de uiteindelijke prijs afhankelijk is van de capaciteit, installatie en het gekozen systeem. Een gemiddelde batterij heeft ongeveer 6 kWh opslagcapaciteit. Daarmee kan een huishouden een deel van de overdag opgewekte zonnestroom bewaren voor gebruik op een later moment.


De vraag of de investering wordt terugverdiend, is lastiger te beantwoorden. De salderingsregeling stopt op 1 januari 2027, waardoor het zelf gebruiken van zonnestroom belangrijker wordt. Toch is volgens Milieu Centraal op dit moment niet waarschijnlijk dat een thuisbatterij zich alleen door de besparing op de energierekening terugverdient. Wie een batterij overweegt, doet er daarom goed aan eerst het eigen energieverbruik en de verwachte opbrengst zorgvuldig te laten berekenen.

door Technischnieuws.nl • 1 oktober 2026
Vanaf 1 januari 2027 verandert er veel voor huishoudens met zonnepanelen. De salderingsregeling stopt dan volledig. Tot en met 2026 kunnen huishoudens de elektriciteit die zij terugleveren aan het net nog wegstrepen tegen de stroom die zij op andere momenten gebruiken. Vanaf 2027 is dat niet meer mogelijk. Voor teruggeleverde stroom krijgen huishoudens wel een vergoeding van hun energieleverancier. Door het verdwijnen van de salderingsregeling wordt de vraag steeds belangrijker of zonnepanelen financieel nog interessant zijn. De aanschafkosten van zonnepanelen zijn de afgelopen jaren gedaald, maar ook de financiële opbrengst van teruggeleverde stroom verandert. Vooral het moment waarop de opgewekte stroom wordt gebruikt, krijgt daardoor meer invloed op het rendement van een zonnepaneelinstallatie. Wat verandert er vanaf 2027? Vanaf 1 januari 2027 mag opgewekte zonnestroom niet meer worden weggestreept tegen het eigen elektriciteitsverbruik. Een huishouden dat overdag veel elektriciteit teruglevert en 's avonds stroom van het net gebruikt, kan die hoeveelheden dus niet meer tegen elkaar wegstrepen. Voor alle elektriciteit die wordt teruggeleverd, ontvangt de eigenaar wel een vergoeding van de energieleverancier. Tot 2030 moet die terugleververgoeding minimaal 50 procent van het kale leveringstarief bedragen. Het gaat hierbij om het tarief zonder belastingen. Energieleveranciers kunnen daarnaast terugleverkosten in rekening brengen. De hoogte daarvan verschilt per leverancier en contract. Waarom worden zonnepanelen minder snel terugverdiend? Het belangrijkste financiële voordeel van zonnepanelen ontstaat wanneer de opgewekte stroom direct in de woning wordt gebruikt. Die elektriciteit hoeft dan niet van het elektriciteitsnet te worden gekocht. Bij het terugleveren aan het net is de vergoeding vanaf 2027 aanzienlijk lager dan de prijs die een huishouden betaalt voor elektriciteit die het van het net afneemt. Volgens Milieu Centraal gebruiken huishoudens gemiddeld ongeveer 30 procent van hun opgewekte zonnestroom direct zelf. De rest wordt teruggeleverd. Wanneer de salderingsregeling verdwijnt, wordt het daarom financieel interessanter om het eigen verbruik te verhogen. Denk bijvoorbeeld aan het overdag laten draaien van een wasmachine of vaatwasser wanneer de zonnepanelen elektriciteit produceren. Zijn zonnepanelen in 2027 nog rendabel? Zonnepanelen kunnen ook na het verdwijnen van de salderingsregeling financieel voordeel opleveren. De installatie produceert jarenlang elektriciteit die anders van het net zou moeten worden gekocht. Daarnaast zijn zonnepanelen de afgelopen jaren goedkoper geworden. Milieu Centraal rekent met een levensduur van ongeveer 25 jaar en stelt dat zonnepanelen ook zonder salderen binnen die levensduur kunnen worden terugverdiend. De terugverdientijd wordt wel langer dan in de periode waarin volledig kon worden gesaldeerd. De Consumentenbond berekende bijvoorbeeld voor een specifieke installatie van tien zonnepanelen een terugverdientijd van ongeveer 9,3 jaar onder de omstandigheden van het voorbeeld. Na het stoppen van salderen kwam dezelfde berekening uit op ongeveer 16,8 jaar. Dit is geen vaste terugverdientijd voor iedere woning, maar laat wel zien hoe groot het effect van de regeling kan zijn. Hoeveel leveren zonnepanelen vanaf 2027 op? De opbrengst hangt af van het aantal panelen, het vermogen per paneel, de ligging van het dak en de hoeveelheid elektriciteit die een huishouden zelf gebruikt. Milieu Centraal geeft als voorbeeld dat een installatie met tien zonnepanelen van 435 Wp ongeveer 3.800 kWh per jaar kan opwekken. Voor een installatie met tien panelen worden aanschafkosten van ongeveer €3.800 genoemd. Vanaf 2027 bestaat de financiële opbrengst uit twee onderdelen. Een deel van de opgewekte stroom wordt direct in huis gebruikt, waardoor geen elektriciteit hoeft te worden ingekocht. Het andere deel wordt teruggeleverd aan het net en levert een terugleververgoeding op. Terugleverkosten kunnen dat voordeel vervolgens weer gedeeltelijk verminderen. Zelf zonnestroom gebruiken wordt belangrijker Door het verdwijnen van de salderingsregeling wordt het steeds belangrijker om elektriciteit te gebruiken op het moment dat de zonnepanelen produceren. Wie overdag thuis veel elektriciteit gebruikt, kan daardoor een groter deel van de opgewekte energie direct benutten. Dit verlaagt de hoeveelheid stroom die aan het net wordt teruggeleverd. Huishoudens kunnen hun verbruik daarom aanpassen aan de momenten waarop de zonnepanelen veel elektriciteit produceren. Een wasmachine, vaatwasser of elektrische auto kan bijvoorbeeld overdag worden gebruikt of opgeladen. Ook slimme apparaten kunnen helpen om het energieverbruik beter af te stemmen op de productie van de zonnepanelen. Wat zijn terugleverkosten? Terugleverkosten zijn kosten die energieleveranciers in rekening kunnen brengen voor elektriciteit die een huishouden met zonnepanelen teruglevert aan het net. De manier waarop deze kosten worden berekend verschilt per leverancier. Sommige leveranciers werken bijvoorbeeld met een bedrag per teruggeleverde kWh, terwijl andere werken met vaste bedragen of verschillende terugleverschalen. Vanaf 2027 wordt het belangrijker om bij het kiezen van een energiecontract naar het volledige plaatje te kijken. Niet alleen de terugleververgoeding is van belang, maar ook de terugleverkosten en het normale leveringstarief. Een hogere vergoeding voor teruggeleverde stroom betekent namelijk niet automatisch dat een contract financieel voordeliger is. Heeft een thuisbatterij dan meer zin? Een thuisbatterij kan een deel van de opgewekte zonnestroom opslaan voor gebruik op een later moment. Daarmee kan een huishouden proberen het eigen verbruik te verhogen. Dit kan vanaf 2027 interessanter worden omdat direct zelf gebruiken financieel aantrekkelijker is dan terugleveren. Een thuisbatterij is echter niet automatisch een rendabele oplossing. De aanschafprijs is relatief hoog en ook een batterij heeft verliezen en een beperkte levensduur. Of een batterij financieel interessant is, hangt daarom af van het energieverbruik, de zonnepanelen, de batterijcapaciteit en het energiecontract. Hoe lang gaan zonnepanelen mee? Een belangrijke factor bij het rendement is de levensduur van de installatie. Zonnepanelen kunnen ongeveer 25 jaar meegaan. Daardoor hoeft de investering niet binnen een paar jaar te zijn terugverdiend om gedurende de volledige levensduur financieel voordeel op te leveren. Wel kan er gedurende die periode onderhoud of vervanging nodig zijn. Een omvormer heeft bijvoorbeeld doorgaans een kortere levensduur dan zonnepanelen zelf. Bij het berekenen van het rendement moet daarom niet alleen naar de aanschafprijs van de panelen worden gekeken, maar ook naar mogelijke kosten gedurende de levensduur van de installatie. Is het in 2027 nog verstandig om zonnepanelen te kopen? Het verdwijnen van de salderingsregeling verandert de financiële berekening, maar maakt zonnepanelen niet automatisch onrendabel. De lagere aanschafprijzen van zonnepanelen en het voordeel van zelf opgewekte elektriciteit blijven belangrijke factoren. Hoe hoger het aandeel zonnestroom dat direct in de woning wordt gebruikt, hoe groter het financiële voordeel per opgewekte kWh. Voor een nieuwe installatie is het daarom vooral belangrijk om niet alleen naar de jaarlijkse productie te kijken. Ook het eigen elektriciteitsverbruik, de ligging van het dak, het energiecontract en de hoeveelheid stroom die direct kan worden gebruikt spelen een rol. Een installatie die goed aansluit bij het verbruik van een woning kan daardoor een andere terugverdientijd hebben dan een vergelijkbare installatie bij een ander huishouden. Wat betekent dit voor bestaande zonnepanelen? Voor huishoudens die al zonnepanelen hebben, verandert de manier waarop de investering financieel voordeel oplevert vanaf 2027. De panelen blijven gewoon elektriciteit produceren, maar teruggeleverde stroom kan niet meer worden gesaldeerd. Het verhogen van het eigen verbruik wordt daardoor belangrijker. Bestaande zonnepaneeleigenaren kunnen daarom kijken naar hun energieverbruik gedurende de dag. Door apparaten zoveel mogelijk te gebruiken wanneer de zonnepanelen produceren, kan meer opgewekte elektriciteit direct worden benut. Daarmee wordt het financiële effect van het einde van de salderingsregeling gedeeltelijk opgevangen. Conclusie Zonnepanelen blijven in 2027 financieel interessant, maar de terugverdientijd wordt over het algemeen langer doordat de salderingsregeling stopt. De eigenaar krijgt nog wel een vergoeding voor teruggeleverde stroom, maar die ligt aanzienlijk lager dan het volledige tarief dat voor afgenomen elektriciteit wordt betaald. Daarnaast kunnen energieleveranciers terugleverkosten rekenen.  Het eigen verbruik wordt daardoor de belangrijkste factor. Wie meer van de opgewekte elektriciteit direct gebruikt, haalt meer financieel voordeel uit de zonnepanelen. Zonnepanelen hebben bovendien een levensduur van ongeveer 25 jaar, waardoor ook na 2027 nog jarenlang voordeel uit de installatie kan worden gehaald. De precieze terugverdientijd blijft afhankelijk van de aanschafprijs, het energieverbruik, de energieprijzen en de hoeveelheid zonnestroom die wordt teruggeleverd.
door Technischnieuws.nl • 1 oktober 2026
Een thuisbatterij wordt meestal gekoppeld aan zonnepanelen. De batterij slaat dan overtollige zonnestroom op, zodat die op een later moment in huis kan worden gebruikt. Maar zonnepanelen zijn niet noodzakelijk om een thuisbatterij te gebruiken. Sommige systemen kunnen rechtstreeks op het elektriciteitsnet worden
door Overstappen.nl • 1 oktober 2026
De meeste Nederlanders veranderen niet snel van internetprovider. Uit onderzoek van vergelijkingssite Overstappen.nl blijkt dat 77% van de Nederlanders de afgelopen drie jaar niet is overgestapt. Vooral 55-plussers blijven vaak bij dezelfde aanbieder: 84% van hen veranderde in die periode niet van provider.
door internetconsultatie.nl • 1 oktober 2026
Het college van Rotterdam heeft de Begroting 2027 gepresenteerd. Het is de eerste begroting van de huidige bestuursperiode en moet de plannen uit het coalitieakkoord ‘Vaart maken’ vertalen naar concrete maatregelen. De gemeente richt zich daarbij op drie grote thema’s: voldoende woningen, een sterke en groene economie
door Rotterdam.nl • 30 september 2026
Het college van Rotterdam heeft de Begroting 2027 gepresenteerd. Het is de eerste begroting van deze bestuursperiode en vormt een eerste vertaling van het coalitieakkoord ‘Vaart maken’ naar concrete plannen. De gemeente richt zich daarbij op drie grote doelen: voldoende woningen, een sterke en groene economie en een
door Kivi.nl • 30 september 2026
Een technologisch weerbaar Nederland heeft niet alleen voldoende technische vakmensen nodig, maar ook technische kennis op de plekken waar belangrijke keuzes worden gemaakt. Dat was een belangrijke conclusie tijdens een bijeenkomst van de Netherlands Academy of Engineering (NAE), het Koninklijk Instituut Van Ingenieurs
door allaboutautomation.nl • 28 september 2026
De Nederlandse editie van all about automation krijgt steeds meer vorm. Voor de eerste editie in Nederland hebben inmiddels ruim 50 exposanten hun deelname bevestigd. De vakbeurs richt zich op industriële automatisering, robotica en digitalisering en wordt op 21 en 22 april 2027 gehouden in de Evenementenhal Gorinchem.
door allianz-trade.nl • 28 september 2026
De hittegolven van afgelopen zomer hebben de Nederlandse economie naar schatting €9,2 miljard aan productie gekost. Daarmee behoort Nederland tot de vijf Europese landen met de grootste economische verliezen door de extreme hitte. Voor 30 Europese landen wordt het totale verlies geschat op €113 miljard. Dat blijkt uit het Allianz Climate Economics Report 2026 van Allianz Trade. De economische schade komt volgens het onderzoek vooral voort uit productiviteitsverlies. Werknemers kunnen bij hoge temperaturen minder produceren, terwijl bedrijven tegelijkertijd te maken krijgen met hogere energiekosten en aanpassingen aan productieprocessen. Nederland staat met €9,2 miljard op de vijfde plaats. Alleen Italië (€27,8 miljard), Duitsland (€25 miljard), Frankrijk (€20,1 miljard) en België (€9,4 miljard) komen hoger uit. Samen zijn deze vijf landen verantwoordelijk voor 81% van de berekende Europese verliezen. Voor de 30 onderzochte landen komt het totale verlies overeen met ongeveer 0,46% van het verwachte gezamenlijke bbp in 2026 . Hitte verlaagt productie per gewerkt uur De schade zit volgens Allianz Trade niet alleen in zichtbare gevolgen zoals mislukte oogsten of beschadigde infrastructuur. Een groot deel ontstaat doordat mensen en productieprocessen minder efficiënt functioneren. Johan Geeroms, Director Risk Underwriting Benelux bij Allianz Trade, zegt hierover: “Het gaat hierbij niet zozeer om directe, zichtbare schade zoals oogsten die mislukken of schade aan infrastructuur, maar vooral om productiviteitsverlies. Schade die je niet direct ziet.” Bij extreme hitte kunnen werkzaamheden worden uitgesteld en moeten machines of productieprocessen worden aangepast. Hierdoor loopt de economische productie terug zonder dat er noodzakelijkerwijs sprake is van fysieke schade aan een installatie of gebouw. De researchafdeling van Allianz Trade berekende dat de arbeidsproductiviteit bij temperaturen tussen 30 en 35 graden Celsius per extra graad met ongeveer 3% per gewerkt uur afneemt. Koeling verhoogt het energieverbruik De temperatuur heeft daarnaast gevolgen voor de energiehuishouding van bedrijven. Wanneer werkplekken, productielocaties en machines extra moeten worden gekoeld, neemt het energieverbruik toe. Geeroms: “Onze researchafdeling berekende hoeveel de arbeidsproductiviteit bij extreme hitte terugvalt. Per extra graad tussen 30 en 35 graden daalt de productie per gewerkt uur met circa 3%. Tegelijkertijd stijgen de energiekosten door de extra inzet van koel- en klimaatsystemen.” Ook andere factoren kunnen de economische impact vergroten. Zo kunnen lagere waterstanden in rivieren gevolgen hebben voor transport en bedrijfsactiviteiten. De combinatie van lagere productiviteit, hogere energiekosten en verstoringen werkt uiteindelijk door in de winstgevendheid van bedrijven en de koopkracht van huishoudens. Luchtvochtigheid speelt grote rol bij hittestress Niet alleen de temperatuur bepaalt hoe zwaar een hittegolf uitpakt. Allianz Trade onderzocht ook de invloed van luchtvochtigheid. Een hoge luchtvochtigheid kan de gevolgen van langdurige hitte voor de arbeidsproductiviteit versterken. Voor ieder onderzocht land werd gekeken naar de zwaarste periode van vijf opeenvolgende hittedagen tussen juni en augustus 2026 . Daarbij werden zowel temperatuur als luchtvochtigheid meegenomen. Dat zorgt voor verschillen tussen landen. In Hongarije lag de temperatuur tijdens de onderzochte hittepiek bijvoorbeeld hoger dan in Italië. Door de veel hogere luchtvochtigheid was de hittestress in Italië echter groter. Volgens Allianz Trade had de hitte daardoor een negatief effect van 1,19 procentpunt op de Italiaanse economische groei , tegenover 0,51 procentpunt in Hongarije . Voor Nederland wordt het effect geschat op ongeveer 0,7 procentpunt . Geeroms: “Een thermometer vertelt dus maar een deel van het verhaal. Voor bedrijven is vooral van belang hoe zwaar de combinatie van temperatuur en luchtvochtigheid werknemers en productieprocessen belast. Klimaatrisico raakt productie én kosten Voor bedrijven betekent extreem weer volgens Allianz Trade een risico dat zowel aan de productie- als aan de kostenkant zichtbaar wordt. Naast een lagere arbeidsproductiviteit kunnen ondernemingen te maken krijgen met hogere kosten voor energie, grondstoffen en bedrijfsvoering. Ook verstoringen in logistieke processen kunnen de bedrijfsvoering beïnvloeden. Geeroms stelt daarom dat klimaatrisico steeds meer onderdeel wordt van regulier financieel en operationeel risicomanagement. “Extreem weer verstoort niet alleen de productie, het werkt ook door aan de kostenkant. Dat loopt uiteen van hogere grondstofkosten tot extra energiekosten. Voor ondernemingen wordt het steeds belangrijker om klimaatrisico niet alleen als duurzaamheidsvraagstuk te zien, maar ook als een gewoon bedrijfs- en financieel risico.” El Niño kan prijzen in 2027 verder onder druk zetten De gevolgen van klimaatontwikkelingen kunnen ook na een hittegolf zichtbaar blijven. Volgens het rapport kan een sterke El Niño in 2027 zorgen voor extra inflatiedruk in de Europese Unie. Allianz Trade verwacht in dat scenario gemiddeld 0,31 procentpunt extra inflatie in de EU. Voor voedselprijzen kan de stijging oplopen tot 0,50 procentpunt . De gevolgen verschillen daarbij sterk per land. Volgens Allianz Trade kunnen delen van Noord- en Oost-Europa relatief zwaar worden geraakt. In een scenarioanalyse schat de kredietverzekeraar dat een zeer sterke El Niño wereldwijd ongeveer USD 451 miljard aan economische productie kan kosten. Voor de EU-27 wordt de netto economische schade geschat op ongeveer USD 24 miljard . Investeren in aanpassing moet schade beperken Volgens Allianz Trade laten de klimaatrampen van 2025 en 2026 zien dat preventieve maatregelen belangrijk zijn. Landen die vooraf investeren in preventie, waarschuwingssystemen en financiering zijn volgens het rapport beter voorbereid dan landen die vooral na een ramp investeren in herstel. Ook bedrijven kunnen volgens Geeroms maatregelen nemen om de bedrijfsvoering beter bestand te maken tegen extreme temperaturen. Daarbij kan worden gedacht aan koeling van werkplekken en productielocaties, aangepaste werktijden, alternatieve leveranciers en voldoende financiële buffers . Daarmee verschuift klimaataanpassing volgens Allianz Trade steeds verder van een afzonderlijk duurzaamheidsbeleid naar een onderdeel van de normale bedrijfsvoering en risicobeheersing. De economische gevolgen van extreme hitte worden daarmee niet alleen bepaald door de temperatuur zelf. Vooral de combinatie van hittestress, lagere arbeidsproductiviteit, extra energiegebruik en verstoringen in productie en logistiek bepaalt uiteindelijk hoe groot de schade voor bedrijven en de economie wordt.
door Continews.nl • 25 september 2026
Nederland kan duizenden extra woningen realiseren door bestaande gebouwen uit te breiden met één of meerdere woonlagen. Toch worden deze mogelijkheden nog beperkt benut. Volgens HDO Groep ligt het grootste probleem daarbij niet bij de beschikbare bouwtechniek, maar bij bestuurlijke en juridische voorwaarden.
door Rijksoverheid.nl • 25 september 2026
Vanaf 26 november 2026 veranderen de regels voor het vliegen met drones rond de civiele luchthavens van Schiphol, Rotterdam, Groningen, Maastricht en Lelystad. Door het luchtruim rondom deze vliegvelden anders in te delen, ontstaat in bepaalde gebieden meer ruimte voor dronevluchten. De aanpassing moet veilige
Meer posts

Ontvang gratis het laatste nieuws

Altijd up-to-date blijven van het laatste nieuws? Schrijf je dan in voor onze gratis nieuwsbrief met het laatste nieuws!