Nederland voert defensie-uitgaven veel minder snel op dan Europese koplopers
Nederland verhoogt de defensie-uitgaven in 2026 minder snel dan verschillende andere Europese landen. Terwijl sommige landen hun defensiebudget flink uitbreiden, blijft de Nederlandse stijging beperkt tot ongeveer 5 tot 8 procent. Tegelijkertijd heeft Europa steeds meer moeite om de groeiende vraag naar militair materieel bij te houden. Vooral een tekort aan productiecapaciteit, fabrieken en technisch personeel vormt een belangrijke uitdaging. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van kredietverzekeraar Allianz Trade.
Nederland verhoogt defensiebudget in gematigd tempo
De Nederlandse defensie-uitgaven nemen dit jaar naar verwachting met 5 tot 8 procent toe. Daarmee blijft Nederland achter bij Europese landen die hun militaire budgetten sneller verhogen. Volgens Allianz Trade maakt Nederland bovendien maar beperkt gebruik van de extra begrotingsruimte die vanuit Brussel beschikbaar is gesteld voor defensie.
Johan Geeroms, Director Risk Underwriting Benelux bij Allianz Trade, verklaart dat Nederland ook op andere gebieden voor grote financiële uitdagingen staat. Hierdoor moet defensie concurreren met andere overheidsuitgaven. Tegelijkertijd benadrukt hij dat het verhogen van budgetten alleen niet voldoende is. De beschikbare middelen moeten uiteindelijk ook worden omgezet in wapensystemen, munitie, luchtverdediging en andere militaire middelen.
Europese defensie-uitgaven groeien minder hard
De Europese defensie-uitgaven stijgen in 2026 naar verwachting tot 2,3 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Een jaar eerder lag dit percentage nog op 2,2 procent. Hoewel er dus meer geld naar defensie gaat, neemt het groeitempo duidelijk af. In 2024 en 2025 stegen de Europese defensie-uitgaven nog met meer dan 20 procent per jaar. Voor 2026 verwacht Allianz Trade een groei van ongeveer 9 procent.
Wanneer deze ontwikkeling doorzet, komen de Europese defensie-uitgaven in 2030 uit op ongeveer 2,6 procent van het bbp. Daarmee blijft Europa volgens het onderzoek onder de doelstelling van 3 procent. Het totale tekort ten opzichte van deze doelstelling kan tot en met 2030 oplopen tot ongeveer 255 miljard euro. Vergeleken met de NAVO-doelstelling van 3,5 procent voor de belangrijkste defensie-uitgaven bedraagt het verwachte tekort zelfs 575 miljard euro.
Grote verschillen tussen Europese landen
Binnen Europa zijn de verschillen in defensie-uitgaven aanzienlijk. Polen en de Baltische staten behoren tot de landen die het meest investeren in hun krijgsmacht. Zij bewegen richting defensie-uitgaven van 4,5 tot 5,5 procent van hun bbp. Vooral landen die geografisch dichter bij Rusland liggen, verhogen hun militaire budgetten in hoog tempo.
Andere Europese landen blijven duidelijk achter. Frankrijk, Italië, België, Tsjechië en Slovenië besteden volgens het onderzoek minder dan 2,5 procent van hun bbp aan defensie. Nederland bevindt zich tussen deze groepen, maar verhoogt zijn uitgaven minder snel dan de koplopers. Opvallend is dat er in Nederland relatief veel maatschappelijk draagvlak bestaat voor hogere defensie-uitgaven. Toch leidt die steun voorlopig niet tot een even sterke groei van het budget.
Defensie-industrie kan groeiende vraag moeilijk bijhouden
Een van de grootste problemen binnen de Europese defensiesector is de beperkte productiecapaciteit. De vraag naar militair materieel neemt snel toe, maar bedrijven kunnen hun productie niet in hetzelfde tempo uitbreiden. Volgens Allianz Trade zijn de gezamenlijke orderportefeuilles van de tien grootste beursgenoteerde Europese defensiebedrijven inmiddels meer dan vijf keer zo groot als hun jaarlijkse omzet.
Ondanks deze grote hoeveelheid bestellingen blijven investeringen in nieuwe fabrieken en productielijnen achter. De investeringsratio van de onderzochte bedrijven ligt rond de 5 procent. Hierdoor ontstaat een situatie waarin defensiebedrijven steeds meer opdrachten ontvangen, maar onvoldoende mogelijkheden hebben om de productie snel genoeg op te schalen.
Nieuwe fabrieken vragen om langdurige zekerheid
Volgens Allianz Trade zijn defensiebedrijven voorzichtig met het investeren in nieuwe productielocaties. Het bouwen en uitbreiden van fabrieken kost veel geld en dergelijke investeringen moeten vaak tientallen jaren meegaan. Bedrijven willen daarom zekerheid dat overheden ook op langere termijn voldoende militair materieel blijven bestellen.
Daarnaast staan de winstmarges van defensiebedrijven onder druk. Door hogere rente-, materiaal- en energiekosten is de nettowinstmarge van grote Europese defensiebedrijven gedaald van ongeveer 10 procent in 2025 naar 8 procent. Dit maakt grote investeringen financieel minder aantrekkelijk. Volgens Geeroms is het daarom belangrijk dat overheden niet alleen hogere budgetten aankondigen, maar ook duidelijkheid bieden over toekomstige bestellingen.
Gebrek aan samenwerking maakt defensie duurder
Naast de beperkte productiecapaciteit ziet Allianz Trade ook problemen in de manier waarop Europese landen militair materieel inkopen. Veel landen nemen afzonderlijk beslissingen over de aanschaf van wapensystemen en andere militaire apparatuur. Hierdoor ontstaan verschillen tussen systemen die niet altijd goed met elkaar kunnen samenwerken.
Volgens Geeroms kan een gezamenlijke Europese aanpak helpen om defensie-uitgaven efficiënter te besteden. Wanneer landen hun aankopen beter op elkaar afstemmen, kunnen zij voorkomen dat er verschillende systemen worden aangeschaft die moeilijk te combineren zijn. Zonder gezamenlijke strategie leidt een hoger defensiebudget volgens hem niet automatisch tot een sterkere Europese defensie.
Groot tekort aan technisch personeel
Ook het tekort aan gekwalificeerde medewerkers vormt een steeds grotere uitdaging. De Europese defensie-industrie telt momenteel naar schatting 650.000 tot 700.000 werknemers. Dat is ongeveer 30 tot 40 procent meer dan in 2021. In dezelfde periode zijn de militaire uitgaven echter met 75 procent gestegen en zijn de orderportefeuilles van defensiebedrijven meer dan verdubbeld.
Hierdoor groeit de behoefte aan technisch personeel sneller dan het aantal beschikbare medewerkers. Vooral gespecialiseerde functies zijn lastig in te vullen. Het gaat onder andere om ingenieurs, technici en andere deskundigen die betrokken zijn bij de ontwikkeling en productie van moderne militaire systemen.
Vooral drones en ruimtevaarttechnologie zoeken personeel
Uit het onderzoek blijkt dat een groot deel van de openstaande vacatures betrekking heeft op nieuwe militaire technologieën. Van de onderzochte vacatures is 26 procent gericht op drones en onbemande vliegtuigen. Ruimtevaarttechnologie is verantwoordelijk voor 16 procent van de vacatures, terwijl 13 procent betrekking heeft op intelligence en surveillance, waaronder het verzamelen en analyseren van informatie en bewaking.
Volgens Geeroms is dit tekort niet eenvoudig op te lossen. Het opleiden van gespecialiseerde technici en ingenieurs kost veel tijd. Daarnaast moeten defensiebedrijven concurreren met andere technologiebedrijven die eveneens op zoek zijn naar hoogopgeleid personeel. Hierdoor kan het personeelstekort de uitbreiding van de Europese defensie-industrie verder vertragen.
Productiecapaciteit wordt steeds belangrijker
Het onderzoek van Allianz Trade laat zien dat hogere defensie-uitgaven niet automatisch leiden tot meer beschikbare militaire middelen. Europese landen kunnen wel extra geld reserveren, maar de industrie moet voldoende fabrieken, materialen en medewerkers hebben om aan de vraag te voldoen.
Voor Nederland betekent dit dat niet alleen de hoogte van het defensiebudget belangrijk is, maar ook de manier waarop de beschikbare middelen worden ingezet. Volgens Allianz Trade zijn langdurige investeringszekerheid, betere Europese samenwerking en voldoende technisch personeel noodzakelijk om de groeiende vraag naar defensiematerieel op te vangen.







Ontvang gratis het laatste nieuws
Altijd up-to-date blijven van het laatste nieuws? Schrijf je dan in voor onze gratis nieuwsbrief met het laatste nieuws!





