AI zorgt voor onzekerheid over vakmanschap in Nederlandse maakindustrie
De opkomst van kunstmatige intelligentie (AI) zorgt voor onzekerheid onder medewerkers in de Nederlandse maakindustrie. Ruim een derde van de operationeel medewerkers ziet AI als een bedreiging voor het eigen vakmanschap. Tegelijkertijd biedt de technologie mogelijkheden om administratieve werkzaamheden te verminderen en productieprocessen efficiënter te maken. Dat blijkt uit onderzoek van Fellowmind onder 435 medewerkers in de Nederlandse maakindustrie.
Medewerkers vrezen verandering van hun vak
Uit het onderzoek blijkt dat 34 procent van de medewerkers AI als een bedreiging voor het eigen vakmanschap beschouwt. Veel medewerkers hebben bewust gekozen voor een beroep waarin praktisch werk centraal staat. Zo geeft 67 procent aan juist vanwege het handwerk in de maakindustrie te zijn gaan werken. De toenemende digitalisering roept daardoor vragen op over hoe hun werkzaamheden er in de toekomst uitzien.
Daarnaast voelt een groot deel van de medewerkers zich onvoldoende betrokken bij technologische veranderingen. Maar liefst 58 procent vindt dat er bij beslissingen over digitalisering te weinig rekening wordt gehouden met hun wensen. Ook de sociale kant van het werk speelt een rol. Meer dan de helft (51 procent) verwacht dat het contact met collega's afneemt wanneer AI een grotere rol krijgt.
Technologie verandert de rol van vakmensen
Volgens Erwin Berends, Manufacturing Industry Lead bij Fellowmind, verandert technologie het werk in de maakindustrie al jarenlang. Waar machinebedieners vroeger op basis van geluid of zicht beoordeelden of een machine goed functioneerde, worden tegenwoordig steeds vaker sensoren ingezet. Deze meten bijvoorbeeld trillingen en kunnen automatisch een melding geven wanneer er afwijkingen ontstaan.
AI kan vervolgens helpen om meetgegevens te analyseren en mogelijke oorzaken van problemen te herkennen. Ook kan de technologie aangeven welke maatregelen nodig zijn. Toch blijft menselijke kennis volgens Berends belangrijk. Ervaren medewerkers moeten beoordelen of de analyse klopt en welke actie uiteindelijk het meest geschikt is.
Administratieve werkzaamheden kosten veel tijd
Hoewel AI bij sommige medewerkers zorgen oproept, wordt slimme technologie al regelmatig gebruikt. Uit het onderzoek blijkt dat 38 procent van de operationeel medewerkers minstens één keer per maand AI of andere slimme technologie toepast. Vooral bij administratieve en terugkerende werkzaamheden rondom het productieproces liggen mogelijkheden om tijd te besparen.
Bijna een kwart van de medewerkers (24 procent) besteedt dagelijks een half uur tot een uur aan administratieve werkzaamheden. Voor 21 procent loopt dit zelfs op tot één à twee uur per dag. Het gaat bijvoorbeeld om het overtypen van gegevens, het verwerken van informatie en het bijhouden van registraties. Deze werkzaamheden nemen tijd in beslag die medewerkers anders aan hun belangrijkste taken kunnen besteden.
Handmatige invoer en storingen zijn grote tijdrovers
Het handmatig invoeren of overtypen van gegevens wordt door 27 procent van de medewerkers genoemd als een activiteit die onnodig veel tijd kost. Daarnaast ervaart 24 procent het bijhouden van rapportages en registraties als tijdrovend. Ook het oplossen van storingen (23 procent) en het zoeken naar de juiste informatie (20 procent) zorgen regelmatig voor tijdverlies.
Volgens Fellowmind kunnen slimmere digitale processen helpen om deze werkzaamheden te verminderen. Daarbij is het belangrijk om onderscheid te maken tussen noodzakelijke administratie en handelingen die eenvoudiger kunnen worden uitgevoerd. Sommige registraties blijven bijvoorbeeld nodig om aan wet- en regelgeving te voldoen en producten of processen te kunnen traceren.
Werkvloer betrekken bij verdere digitalisering
Berends benadrukt dat bedrijven samen met hun medewerkers moeten onderzoeken waar technologie daadwerkelijk waarde toevoegt. Door onnodige handmatige invoer te beperken, kunnen bedrijven niet alleen tijd besparen, maar ook de kans op fouten verkleinen. AI kan daarbij ondersteunen, zonder dat de kennis en ervaring van medewerkers volledig worden vervangen.
Het onderzoek laat daarmee zien dat de invoering van AI niet alleen een technische uitdaging is. Ook de betrokkenheid van medewerkers speelt een belangrijke rol. Door de werkvloer actief mee te nemen in beslissingen over digitalisering, kunnen maakbedrijven beter bepalen welke processen slimmer ingericht kunnen worden en waar menselijk vakmanschap noodzakelijk blijft.
Over het onderzoek: Het onderzoek is in juli 2026 uitgevoerd door Markteffect in opdracht van Fellowmind. In totaal namen 435 operationeel medewerkers uit de Nederlandse maakindustrie deel.










Ontvang gratis het laatste nieuws
Altijd up-to-date blijven van het laatste nieuws? Schrijf je dan in voor onze gratis nieuwsbrief met het laatste nieuws!


